Reglement van de Stichtse Aanspanning Doorn

Dit reglement betreft regels voor deelnemers aan tochten en ritten die door vereniging de Stichtse Aanspanning - Doorn worden georganiseerd, waarbij in hoofdzaak in colonne wordt gereden.
De regels zijn opgesteld om de veiligheid voor deelnemers, medeweggebruikers en toeschouwers zoveel als mogelijk is te waarborgen.
Deze regels zijn goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering van de Stichtse Aanspanning en zijn bindend voor alle deelnemers aan tochten en ritten, ook als zij geen lid zijn van de Stichtse Aanspanning.Bij niet naleven van de regels zal de leiding van de tocht of rit de betreffende deelnemer daarop wijzen en waarschuwen dat herhaalde overtreding tot verwijdering uit de tocht of rit kan leiden.De leiding van de tocht of rit zal bijgestaan worden door één of meer veiligheids-gedelegeerden, die van de leiding de bevoegdheid hebben gekregen om waarschuwingen te geven en in te grijpen.

VOORBEREIDING VOOR DE TOCHT

Bij aankomst op het inspanterrein dient u zich te melden bij de organisatie van de tocht of rit. Mocht u verhinderd zijn deel te nemen, dan meldt u zich tijdig af. De eigenaar van de paarden dient een verklaring van vrijwaring van schadeclaims op de organisatie van de tocht of rit te tekenen.
Voor de paarden dient u te beschikken over een geldig inentingsbewijs. Een WA-verzekering met dekking van het gebruik van paarden is verplicht. De paard(en) moeten voldoende verkeersmak en gehoorzaam te zijn.
De zorg voor veiligheid begint al bij aankomst op het inspanterrein. Zorg ervoor dat de paarden buiten de doorstroom van mensen en voertuigen opgetuigd kunnen worden. De juiste volgorde van optuigen en inspannen zoals voor het koetsiersbewijs wordt onderwezen, is een wezenlijk onderdeel van de veiligheid.
Zorg voor voldoende mensen die behulpzaam kunnen zijn bij het inspannen. Besef dat de fase waarbij de paarden in het tuig voor de wagen staan maar u nog niet op de bok zit, een gevaarlijke situatie kan zijn. De paarden zijn fris en alert op alles wat er op het inspanterrein gebeurt en als ze weg willen kunt u weinig doen als u niet op de bok zit. Probeer deze fase zo kort mogelijk te houden.
Een goed tuig is zeer belangrijk voor de veiligheid. Als u niet 100 % overtuigd bent van de degelijkheid van uw tuig, ga er dan niet mee rijden. Bij twijfel is vervanging of reparatie het beste advies. Test de leidsels door eraan te gaan hangen. Goede leidsels kunnen met gemak uw gewicht dragen.
Zorg dat het tuig passend is voor het paard. Een hoofdstel wat te ruim zit en kan afvallen of strengen die zo lang zijn dat de paarden eroverheen kunnen stappen, kunnen aanleiding zijn voor ernstige ongelukken. Als u het zelf niet precies weet, zijn er altijd mensen van de leiding aanwezig die u graag helpen.Bij voldoende ruimte op het inspanterrein kunnen de paarden losgestapt worden. Houd echter rekening met anderen die nog bezig zijn met inspannen.

TIJDENS DE TOCHT.

Als u bij de inschrijving een nummer heeft gekregen, dan bevestigt u dat op de rechterzijde van het rijtuig. Volg de aanwijzingen van de organisatie stipt op.Als op nummer gereden wordt, is het belangrijk reeds op het inspanterrein de juiste volgorde aan te nemen. Als er nummerbordjes staan, stelt u zich daar op.
Zorg voor passende kleding en rijd zoals het hoort. Overmatig zweepgebruik is verwerpelijk en kan aanleiding zijn voor uitsluiting van deelname. Het nuttigen van alcoholhoudende drank tijdens de rit is verboden.Bij het rijden in een stoet rijtuigen is het belangrijk dat er aangesloten wordt gereden. Ga echter niet met de neus van uw paard tegen het rijtuig van uw voorganger rijden. Een paardlengte tot een aanspanningslengte is een goede afstand.
Bij het naderen van kruispunten zorgt u ervoor goed aangesloten te zijn, zodat ononderbroken overgestoken kan worden.Bedenk altijd dat u zélf verantwoordelijk bent in het verkeer. Het rijden door rood licht is uw eigen verantwoording, tenzij op aanwijzing van de politie het overige verkeer stilgelegd is. Waarschuw het rijtuig achter u door met de hand op en neer te bewegen of de zweep op te steken dat u van draf naar stap overgaat of gaat halthouden.Het laten galopperen van paarden tijdens tochten en ritten is op de harde weg verboden.Als u tijdens de tocht problemen krijgt met paarden tuig of rijtuig die niet snel op te lossen zijn, laat dan andere deelnemers passeren. Op de laatste aanspanning is altijd iemand van de organisatie met telefoon aanwezig die u gaat helpen.

TIJDENS DE RUST

Kom pas van de bok af als alle aanspanningen hun plek gevonden hebben en uw paarden echt op rust staan. Doe een extra touw aan het bit om ze vast te houden.
Zorg dat er altijd iemand voor de paarden staat.Het afdoen van het hoofdstel of uitnemen van het bit terwijl de paarden nog ingespannen staan, is levensgevaarlijk en beslist verboden. Honden van deelnemers moeten aangelijnd worden en let op dat de paarden niet schrikken van vreemde loslopende honden.

BIJ TERUGKOMST

Meldt aan de organisatie als er tijdens de rit iets voorgevallen is waarop gereageerd kan worden of waar lering uit getrokken kan worden. Na het uitspannen en verzorgen van de paarden is er meestal nog een samenzijn met een drankje, waar de ervaringen van de dag worden uitgewisseld en de gastgevers bedankt worden.Deelname is niet verplicht, maar wordt wel hoog op prijs gesteld!

Het Bestuur