De geschiedenis van de Stichtse Aanspanning Doorn


Dit verhaal stond 50 jaar gelden in de het september nummer van de Hoefslag na de allereerste Kastelentocht Doorn

" Een Kastelentocht met Rijtuigen"

Doorn, 11 september 1966, Ware het niet dat we het midden van de 2Oste eeuw inmiddels gepasseerd zijn, dan hadden wij ons zondag 11 september ji. in de Middeleeuwen gewaand, toen ridders en edelvrouwen in die vorstelijke kastelen de scepter zwaaiden. Statige burchten doemden uit de vroege ochtendnevel en eeuwenoud geboomte voor ons op, een oase van rust en voornaamheid, van statigheid en een glorievol verleden begon geschiedenis te spre­ken voor degene die het zien en horen wilde.
De zon begon z'n speelse stralen door de lommerrijke tuinen van deze landgoederen te zenden en het was alsof er een nieuwe wereld voor ons open ging. Geen voort ­snellende en jachtende mensen, niets van dit alles, alleen maar ,,rust". En dan opeens horen we deze serene stilte doorbreken met hoefgetrappel en nog romantischer ontvouwt zich dan deze schoonheid van de natuur. Nog vèrder terug in de eeuwen wanen we ons en het is alsof de jaartelling enige tijd stil heeft gestaan. Een lange, voor het oog onafzienbare stoet antieke rijtuigen is in aantocht. Ze zijn met een of meer paarden bespannen, zelfs pony's treft men onder de bespanningen aan.

Kleding op het Rijtuig

In vele gevallen zijn de eigenaren of koetsiers gekleed in bijpassend kledij uit honderd en meer jaren terug. Het is een compleet sprookje, dat werkelijkheid is. Deze imposante stoet van 23 rijtuigen schenkt de kas­telen een nog fraaier decor en we komen ogen te kort om alles goed in ons op te nemen, doch het ganse tafereel is adembenemend mooi. Er reizen veel passagiers met de rijtuigen mee en iedereen geniet op een wijze die niet onder woorden is te brengen, maar die zonneklaar van de rustige, ont­spannen gezichten valt af te lezen. Men ziet in één oog­opslag, dat er bijzonder veel werk van deze 40 km lange rijtoer is gemaakt. Om plm. half elf is men van hotel ,,Bella Vista" in Zeist vertrokken, alwaar het feest begon met goede koffie en heerlijk appelgebak met slagroom.

Kasteel Moersbergen

De eerste pleisterplaats zou kasteel Moersbergen tussen Driebergen en Doorn zijn en wij in ons gemotoriseerd vervoermiddel waren wel een beetje jaloers op de dames en heren in deze door levende paardenkrachten voortbewogen stoet. Ten einde overal een pied à terre te hebben, hadden we de wagen met proviand en dranken van Joy, gevolgd langs een snellere route, zodat we op de rustplaatsen de stoet konden zien aankomen. Gebolhoede juryleden waren dan meestal ook ter plaatse om zich van een strate­gisch juist punt te verzekeren.De heren Storm de Grave en Molenkamp waren met de moeilijke taak belast om uit die fraaie bespanningen het mooiste geheel te halen en de heren Ripping en v. d. Marel zouden eens eventjes uitmaken wie de meest perfecte aanspanning, teugelvoering en dergelijke had.
Alvorens we bij Moersbergen alle paarden en rijtuigen van naderbij gingen observeren, maakten we eerst een praatje met de tegenwoordige huurder van het kasteel, de antiquair Van Alfen. Deze burcht stamt uit de 18de eeuw en 35 jaar geleden heeft de toenmalige eigenaar, de heer Lüden (directeur van de Nederlandse Bank), het nog laten restaureren. Bij het verscheiden van de familie Lüden werd de bezitting aan het Utrechts Landschap geschon­ken en hiervan huurde de heer Van Alfen het kasteel. Negentig ha bossen, bouw- en weiland omvat het land­goed en enkele boerderijen geven op gepaste wijze cachet aan het geheel. Het is jammer, dat particulieren dit alles niet meer in stand kunnen houden. De heer Van Alfen kan nog voldoende tuinpersoneel krijgen, want de gazons zag en er als een biljartlaken uit, maar met huishoudelijke hulp is het moeilijker gesteld. Een schat aan antiquiteiten stoffeert het interieur, dat cen­traal verwarmd is.

En nu naar de rijtuigen, alwaar de heer Hogeveen -organisator van de tocht èn directeur van het eerden genoemde hotel - bedrijvig heen en weer liep om alles te regelen en iedereen van repliek te dienen die iets wilde vragen. De mannen van de Joy-wagen had­den inmiddels keurig gedekte tafels op de paden neer­gezet, zodat het gezelschap na deze eerste etappe zich kon laven aan allerlei heerlijkheden van meer of min­der alcoholische of vrij-alcoholische aard. De paarden stonden in rusthouding voor de rijtuigen en omzoom­den het grote gazon voor het kasteel, denkt u zich eens in! U wilt natuurlijk weten wie er allemaal waren en met welke bespanningen ze waren gekomen. We kunnen 't ons best indenken en daarom gaan we er iets over vertellen.
Mogen we dan beginnen met de echtgenote van de heer Hogeveen en diens dochter, die toiletten droegen van zo'n slordige honderd jaar geleden en gezeten waren in een ponywagentje uit hetzelfde tijdperk, waarvoor een voskleurige New Forest-pony was ge­spannen. Het zag er aller charmantst uit en zoals later bleek, had de jury aan deze dames de prijs voor het schoonste geheel toegekend, ware het niet dat ze hors concours reden. De familie Heck uit Soest kwam met een originele cowboy-wagen, waarin bijkans een hele winkel was uitgestald en de familie droeg natuurlijk cowboykleding, alsook de 5 kleine en grote ruiters, die deze huifwagen op paarden en pony's escorteerden.

Stalhouderij Schoonhoven-Buytendijk uit Utrecht stond er met een coach en een Jan Plezier en de koetsiers hadden hun rijtuigen zo vol met enthousiastelin­gen uit Zeist en omgeving geladen, dat de paarden soms moeite hadden om op gang te komen. Boven­dien stonden er voor de postkoets slechts twee zwarte stalhouderspaarden, aangezien de vierspanrijder niet disponibel was. Ook de Jan Plezier werd getrokken door twee zwarte stalhouderspaarden.
Eveneens uit Utrecht kwam Mevrouw A. M. de Jong-Bak­ker met een dames-phaëton, waarvoor een knappe Gelderse stermerrie van Hertog van Gelre stond ge­spannen. Mevrouw droeg een smaakvol toilet uit de l8de eeuw en hier en daar was enige versiering met bloe­men aangebracht.

De familie De Nerée tot Babberich uit Wassenaar verscheen in grand gala met een stijl­volle Franse jachtwagen, bespannen met 2 identieke bruine Hongaarse Volbloeds, die qua span wel zeer de aandacht trokken.
Ook de bekende hackneyman, de heer Spaans te Hoofddorp, was voor deze tocht over gekomen met z'n goede span hackneys, Riverside Jane en Oakland Discovery. Ze waren voor een Américaine gespannen en met hun elegante verschijningen pasten ze prima in de entourage van de kastelen.
Natuurlijk ontbrak de grote rijder van de rijtuigpaarden, de heer Daan Modderman, niet op het appel. Zijn span vos­bonten mocht gezien worden en ze werden keurig door deze meester in het vak gemend. De heer Modderman heeft nu eenmaal een sterk gevoel voor stijl en tra­ditie en dat komt steeds in zijn bespanningen tot uit­drukking.
De zesjarige vos bonte merrie was een dochter van Tamboer en ze had al twee veulens gebracht. De vosbonte ruin voerde nog 't bloed van Koekoek. Ze waren gespannen voor het rijtuig dat de Koninklijke Ruiter-federatie eens cadeau heeft gekregen.

De heer W. van Engelen uit De Meern kwam met een rode jachtwagen, die alweer door een Gelderse ster­merrie werd voortbewogen. Het was een driejarige zwarte merrie van Zanzibar en ze was gedekt door de Hannoveraan van Hogendoorn. De eigenaren waren bijzonder ingenomen met deze merrie, die bijzonder lief en mak is, zodat er een kind mee kan rijden. In twee maanden tijds zat de merrie in de L-dressuur bij de landelijken en op de provinciale Utrechtse kampioen schappen in Doorn won ze de L-dressuur. 

Zo zien we, dat de Gelderse paardenfokkerij veelzijdige paarden aflevert aan de gebruikers. De heer J. W. Houtzager uit Driebergen, de man van het voormalige rijtuig-museum, kwam ook met een span vosbonten voor een jachtwagen. U ziet dus, dat het een kleurrijke stoet was.
Twee nakomelingen van de veelbesproken Ajax, bruine blessen met véél wit, waren van de heer C. Jansen te Soestdijk. De ruin stond voor de jachtwagen en de merrie (Prinses Ajax) werd in dameszadel achter het rijtuig gereden. Deze paarden hadden het Groningse type merrie Nuvaria van Malenstein uit Kootwijker­broek tot mama. Mevrouw Korthagen uit Nieuwersluis verscheen met een Friese sjees uit 1890 en was natuurlijk gekleed in Fries kostuum, evenals haar cavalier. Een knappe 11-jarige Friese stamboekmerrie stond voor de sjees.
De grote animator van het stichten van menclubs onder de landelijke ruiters - de heer Van Linden uit Nieuwerbrug - reed aan het hoofd van de stoet en kon zijn aangeboren koetsiersneigingen soms amper bedwingen wanneer hij een fles geestrijk vocht niet onaangeroerd kon laten. Zijn twee Gelderse vos­sen stonden voor een rieten jachtwagen en worden thuis als lespaarden gebruikt. En zo waren er nog deelnemers uit Dordrecht, Bilthoven, meerdere uit Doorn etc. We kunnen ze niet allemaal de revue laten passeren doch het span Fjordenpaarden van de heer Grijpstra uit Doorn deed het ook netjes.Enkele amateurfotografen en filmoperateurs hadden het druk om deze stoet aan de vergetelheid te ontruk­ken en wanneer straks de avonden weer langer wor­den, dan zal deze onvergetelijke dag nog eens uit de filmprojector rollen. Het is namelijk de bedoeling om een reünie-avond te houden in ,,BellaVista", zodat er nog eens gezellig nageboomd kan worden over deze magnifieke - kastelentocht. Dit even en passant voor de belangstellende. Van de pleisterplaats Moersbergen ging het naar kas­teel Broekhuizen onder Leersum en hier ontrolde zich weer zo'n betoverend decor aan onze voeten. Van verre kon men de stoet onder het hoge geboomte vandaan zien komen, nadat de rijtuigen eerst een bruggetje waren gepasseerd, dat tussen het statige groen nog juist uitkijk gaf op de stoet. En daar kwamen ze aangedraafd, de kleppers, vrolijk en opgewekt marcheer­den ze voor ,,Broekhuizen" door het majestueuze park en het roemrijke verleden ging herleven. Weer werden de tafels gedekt en weer was het tijd om even uit te blazen en het inwendige van mens en dier te verster­ken. De oorspronkelijke bewoners van dit kasteel zijn overleden en de jonge generatie Stratenis kan een en ander niet laten restaureren, daar zijn tegenwoordig hele vermogens mee gemoeid. De familie Stratenis ont­ving, evenals de familie Van Alfen, een mooi boeket bloemen als dank voor de genoten gastvrijheid op hun landgoederen. En daar ging het weer verder, nadat de Jan Plezier verlost was uit wat laaghangende takken, met als reisdoel de picknickplaats in het Leersumse Veld. Hier konden de paarden worden uitgespannen en zich te goed doen aan lekker gras en de rijders, eigenaren, koetsiers en supporters gingen eens rustig in het gras zitten genieten van heerlijke koude kip, broodjes en wat dies meer zij. Een gezellig gewirwar van men­sen en paarden maakte het verblijf hier zeer aangenaam. Het vertrek ging niet helemaal zonder moeite over de wat hobbelige en zandige weg en de stalhouderspaar­den uit Utrecht lieten het een paar maal afweten. Toen evenwel de passagiers uit de rijtuigen waren ver­wijderd, kwam er wat soelaas en kon de tweede helft van de stoet ook optrekken in de eerste versnelling. ,,Huize Doorn" zou het einde betekenen van deze monsterrit voor amateur-koetsiers en daar zou de prijsuitreiking plaatsvinden. Duizenden mensen had­den zich langs de weg verzameld om de glorievolle intocht mee te maken. Mevrouw Hogeveen en de heer Storm de Grave reikten de prijzen uit en een gezellig borreltje deed de rest. Iedereen was bijzonder voldaan over deze unieke tocht en volgend jaar komt er beslist een reprise van dit Utrechts experiment, maar dan kon het wel eens ge­beuren dat er zoveel deelnemers mee willen doen, dat er geen landgoed groot genoeg is om ze allemaal gast­vrijheid te verschaffen. Er zal dan ook nog meer publi­citeit aan de tocht worden gegeven en er zullen nog meer kastelen worden bezocht. We willen hulde brengen aan de Club van Vrienden van het Aangespannen Paard, afd. Zeist-Doorn, die het initiatief voor dit alles heeft genomen en aan de heer Hogeveen onze bijzondere complimenten voor de per­fecte organisatie

A. Heuff